De top van de internationale singer-songwriters

Kerkmuziek

In die dagen orgelde ik in de kerk. Denk niet aan een imposant pijporgel dat majestueus de schepen van een gotische kathedraal van klank doet zwellen. Denk aan een boerderijtje in een nieuwbouwwijk met een geïmproviseerd altaar. Denk aan een Eminent orgel, zo'n plastic ding dat ook in huiskamers te vinden was, ingebouwd tussen bielsen en huisbar, afdak met dakpannen.
Het koor werd gevormd door huisvrouwen; schril en nerveus werd 'Dit is de dag des Heren' ons en vooral de pastoor voor de voeten gegooid die zich stond te verbijten achter zijn kelk en hostieschaal. Zoveel ijver, zoveel valse noten en dan die organist, dat haar….

Het was de tijd dat hele generaties zich afwendden van het geloof, het kruis, de katholieke kerk.Het argument was dat het geloof een holle frase was, een achterhaald ding. Oorlogen, nieuwe filosofieën en technologische vooruitgang zaagden de poten onder 's Heer's stoel vandaan. En het was ook wel gemakkelijk als je 's zondags niet meer uit bed hoefde om naar de mis te gaan en och, al met al, wat moest je nog met dat burgerlijke zootje.

Enfin, tijdens de communie mocht de organist vrij improviseren dus speelde ik een keer 'A Whiter Shade of Pale'van Procol Harum. Na de mis vroeg de pastoor: 'Wat was dat?' Ik zei: 'Dat is een stuk van Bach', waarbij ik niet hoefde te liegen want die song is een bewerking van een stuk van Bach.
Een week later speelde ik 'House of the Rising Sun', een overbekend stuk van The Animals dat je de hele dag op de radio hoorde, maar eigenlijk een oud Amerikaans volksliedje.
De pastoor: 'En wat was dat? '. 'Een oud folknummer ', zei ik. 'Wil je dat alsjeblieft niet meer doen en het voortaan bij kerkmuziek houden….'?
Ik was gekwetst maar werd geholpen door een nieuwe spreuk, een nieuwe frase die in de kunst en muziekwereld steeds meer opgeld deed en zei: 'Meneer pastoor, ik word hier gehinderd in mijn artistieke ontwikkeling en kan hier niet mee leven'.
Dit was het einde van mijn kerkelijke carrière en ik sloot mij aan bij het leger van principiële uitslapers.