De top van de internationale singer-songwriters

Ruzie

Met onze jugband, u weet wel, wasbord, banjo en zo meer, speelden we op een avond begin jaren zeventig in Tilburg bij studentensociëteit Olof. Wij, de baarden, sandalen, truien, vormden een groot contrast met zij, de blazers, stopdassen, dameskniekousen. Al snel was duidelijk dat het hier alleen maar fout kon gaan. Na een eerste set - waarin wij het mikpunt van makkelijke spot waren, hier werd een vooroordeel over klassenverschillen opnieuw gefundeerd - kwamen er in de pauze een aantal dingen aan het licht die zich lastig lieten rangschikken.

Hoewel getooid met een linkse 'look' waren een aantal leden van onze Second Hand Home Made Jug & Blue Band van zeer voorname komaf; kinderen van groot-industriëlen, ouders die waarschijnlijk kennissen waren van de ouders van veel van dat blauw volk dat daar rondliep. 'Hullie' moesten dan dus ook niet denken dat ze meer waren dan 'wai, nondedju'. Ook een complicerende factor was dat de politieke kleur van deze bandleden extreem links was, niet zozeer omdat ze dat echt vonden of voelden maar om zich af te zetten tegen hun rijke welgestelde ouders. Salonsocialisten met een wijnkelder en een erfenis in het vooruitschiet. Dissidenten in de ogen van de de corpsballen.

Geen van beide partijen was op zijn mondje gevallen. Al gauw stonden de mannen tegen elkaar op te snijden. De Tilburgse vrouwen wierpen hatelijke blikken naar de meiden van de band die het qua schoonheid veruit wonnen. Met trotse nuffigheid, lekker arrogant-alternatief, bekeken die meewarig dat zootje bitches dat later moest gaan trouwen met die mafkezen omdat pappa en de centen hen daartoe dwongen. Zielige hockeytrutten! Dat onze meiden ook wel eens een tennisracket annex hockeystick vasthielden deed er even niet toe....

Bij het begin van de tweede set ging het fout, of loos. Jan onze blokfluitist kon het podium niet bereiken. Er werd aan hem gesjord. Wel potverdomme, en daar ging het heen. Knokken, matten! Kreten waar een Lenin of Bakoenin van zou glimmen vulden de ruimte. Vuile fascisten! Och, u kent het nog wel. Een gewone discussie anno 1973.

Nooit is er sneller een bandbusje ingeladen als op die gedenkwaardige avond. Terwijl de voorhoede van de band de meute van zich af hield, gooide de achterhoede de instrumenten en backline in het busje. Wegwezen hier!

Diezelfde nacht belandde de bus,een Renault Estafette, in een sloot. Van pure anedraline en opwinding had de chauffeur, anders een stoere motorrijder, zich in een bocht verslikt.Eén simpele ijzeren stang scheidde hem van al die zware versterkers en gitaarkoffers maar hij kreeg slecht een mandoline op zijn hoofd. Plok! Een Oliver Hardy waardig... De volgende dag zaten wij samen bij de repetitieruimte, een buitenhuisje van een flinke villa 'op stand', te wachten op Sjef met onze spullen. Nog onthutst,maar ook helden van de revolutie. Plots een vreemd geluid!.. Een tractor met een boerenkar erachter kwam de oprijlaan oppruttelen. Op de kar troonden onze versterkers, gitaarkoffers, zanginstallatie, piano. Een beetje zielig en armzalig, zo op zo'n kolossale mestwagen. Een modern Stonehenge op een mislukte carnavalswagen De boer, die nergens van onder de indruk was, zei alsof het de gewoonste zaak was: 'Dis van ullie. Lag bai ons in de sloot. Houdoe!