De top van de internationale singer-songwriters

Recensie

Als recensent van popmuziek voor het Eindhovens dagblad heb ik eind jaren zeventig Don McClean de grond ingeschreven. Hij concerteerde in het toenmalige Philips Ontspanningcentrum. Vond ik hem slecht? Kan ik me niet voorstellen. Zijn ‘American Pie’ en ‘Vincent’ zaten toen al als all-time klassiekers verankerd in mijn muzikale geheugen.
Waarom dan de grond ingeschreven? Omdat alles wat oud en arrivé was in die tijd het af moest leggen tegen de nieuwe Engelse wind van punk en new wave.
Don McClean mocht niet meer, blues mocht niet meer, singer-songwriters mochten niet meer, het woord country was een braakmiddel en bij folk kreeg men de slappe lach…
Dus moest ons aller Don het ontgelden. Waar ik geen rekening mee had gehouden was dat het voltallig vrouwelijk administratief personeel van het Eindhovens Dagblad op de eerste rij zat, en, nog niet zo voortgestuwd door de moderne tijd, hoogst verontwaardigd was dat een medewerker van hun krant het songtroeteldier had gevierendeeld.
Dat was dus mijn laatste recensie.

Wat stelt een dergelijke bespreking tegenwoordig nog voor? In de vakbladen wordt gerecenseerd naargelang er door de platenmaatschappijen in geadverteerd wordt. Alles is goed want alles en iedereen heeft elkaar nodig om het hoofd boven water te houden.In de steeds groter wordende digitale marge blogt iedereen zich suf, maar dan vooral om zichzelf in het zonnetje te zetten, uitzonderingen daargelaten natuurlijk.‘There is no such thing as bad publicity…’, dus eigenlijk maakt het niet uit wat er geschreven wordt. Om triest van te worden.
Vroeger kon een recensie in muziekblad Oor een carrière van een groep maken of breken. Niet dat alles toen zuiver op de graad was. In het verzuilde Nederland was er veel goed en fout en als zendelingen liet men elkaar dat weten.

Zo werd ons oude folkrock-bandje Deirdre in 1976 door Oorjournalist Jan Libbenga afgeserveerd omdat de drummer zijn basdrum met spijkers in het podium vastnagelde. Dat ding mocht niet gaan schuiven. De persmuskiet heeft verder geen noot van een overigens swingende set gehoord. Folk en volume, laat staan spijkers en hamer waren onverenigbare grootheden volgens onze ziener. ( dat de conciërge van Schouwburg de Kunstmin te Dordrecht bezorgd naar zijn houten podiumvloer zat te kijken kan ik begrijpen). Zo had Jan eens een concert van een door hem geliefde folkgroep op een festival in Reek bejubeld en bewierookt. Er was echter een klein probleem: de band had die ochtend afgezegd en heeft het festival helegaar niet aangedaan.Hij dus ook niet….