De top van de internationale singer-songwriters

Bloemenkinderen

‘Where have all the flowers gone’, geschreven door Pete Seeger, de boomlange enigszins saaie protestzanger uit begin zestiger jaren was een van de hits van het trio Peter Paul & Mary, een bekend folktrio uit dezelfde tijd. PPM was het keurige pendant van krassers als Bob Dylan en genoemde Seeger. Twee keurige heren, en zij, Mary, in een beschaafde jurk, stonden altijd gedisciplineerd rond een microfoon geschaard. Twee gitaren en drie stemmen, geschoolde stemmen. Strak in het pak !

Te braaf vonden wij hippies en folkies in die tijd. Te keurig, te burgerlijk. Peter Paul en Mary beantwoordden niet aan het bohemienne levensgevoel dat andere rolmodellen ons voorschotelden: lange haren, shabby jasjes, stonede blik, een mond vol maatschappijkritiek.

Als ik ze nu terug goegel valt het me op dat ze eigenlijk heel krachtig speelden en zongen, met passie en overtuiging, hoewel ik die heden ten dage uitgewoonde en misbruikte termen liever niet wil gebruiken.

Mary Travers is onlangs gestorven aan leukemie. We kunnen haar naam bijschrijven op de Wall of Fame die onderhand een Berlijnse vorm gaat aannemen.

Het blijft gek om steeds meer helden uit mijn jonge jaren te zien sneuvelen, want die zijn altijd te jong, zo voelt het. Die artiesten zijn toch eeuwig vijfentwintig, Ron Wood is toch de onlangs aangetreden nieuwe Rolling Stone. Het woordje jongerencultuur, in die tijd uitgevonden, dekt echt de lading. Jong zijn.

‘Where have all the flowers gone’. Zo voelde het ook toen een aantal jaren geleden de academie voor drama uit Eindhoven verdween en naar Tilburg verhuisde. Ineens miste ik de mooie meiden en jongens, een drama waardig, die her en der als barpersoneel, of gewoon, gezichten op straat, deze city opfleurden.
Hoe was het mogelijk. Alsof een dorre wind door de straten blies.

Het heeft éen voordeel. Ook zij, die hippe koppies met twinkelende, nieuwsgierige ogen en ranke bodies zullen in mijn herinnering nooit verouderen en zijn met een glimlach toegevoegd aan mijn Wall of Faces & Names onder het hoofdstuk:’Forever Young’.