De top van de internationale singer-songwriters

Bill the Plumber

Bill Popp is loodgieter voor de gemeente New York, zanger- pianist van Bill Popp & The Tapes, kenner van de stad, en voorheen van Duitse komaf. En hij heeft een bootje. Als loodgieter zet hij de kranen open of dicht in Central Park, als er een hittegolf is of als er geschaatst moet worden. Als zanger is Bill een fan van The Beatles en maakt hij dito muziek, curieus gearrangeerde pop die je niet verwacht van een woest uitziende ex-punk uit de CBGB’s scene van New York, weliswaar maar 1.60m hoog maar toch. Als Germaanse New Yorker neemt hij je graag mee naar restaurants en cafés waarvan hij vindt dat ze ‘Duits’zijn. Zo heb ik dus in een paar vooral Tsjechische eetgelegenheden gezeten die door Bill, niet gehinderd door enige kennis van zaken, met een weids armgebaar als zijn Duitse voorland werd voorgesteld. Latente Sudetendromen, zullen we maar zeggen.

Alle functies kwamen bij elkaar toen Bill mij en onze bassist meenam op een boottochtje rond de stad. Hij woont in College Point aan de overkant van Manhattan in Queens. Het vliegveld La Guardia is zijn directe overbuurman en de hele dag scheren grote jets over zijn aan het water liggende huis.Heerlijk! Ik ben namelijk een vliegtuigfan. Het kan mij niet hard en laag genoeg zijn en vroeger als jonge jongen kon je mij in het verlengde van menig startbaan aantreffen als spotter. Dus togen wij op pad, in een gammel bootje met veel natte plekken op de bodem, Bill luid citerend uit het Beatles repertoire. Eerst voer hij langs een kolossale drijvende gevangenis. ‘Nowhere Man’, krijste hij boven het geluid van de motor en de over ons heen bulderende Boeings heen. Toen voeren we rondom Manhattan, langs al die plekken die je zo goed kent uit de film en het nieuws: de bruggen, het gat van de Twin Towers, het VN-gebouw. Het VN-gebouw! ‘Paperback Writer’! Daar zette Bill de motor af en daar lagen we dan in het zicht van een van de beroemdste gebouwen van de wereld.Door het water heen kon je de hartslag en het geraas van de schitterende metropool voelen.
“Zo” zei Bill “als ik nu een bazooka bij me had schoot ik zo, zo’n VN ambtenaar uit zijn kantoorstoel. ‘So far for security’”, grinnikte hij, “daar waar iedereen zich zo druk over maakt”, en daar had hij wel een punt... Een gevoel van vervreemding overviel me om zo volledig vrij in zo’n iel bootje langszij Manhattan te dobberen. Maar voort gingen we weer. Bill gaf de motor een zwengel, en daar zoefden we onder Brooklyn Bridge door. ‘Can’t buy me love’.

De middag eindigde in een yachtclub aan de kant van Queens, een jachthavencafé, gerund door, aan ons uitgebreid voorgestelde, voormalige Duitsers. In Bill zijn conceptie dan... Het waren natuurlijk Amerikanen, Amerikaanser dan John Wayne, maar zoals velen bezeten van die druppel voorvaderlijk Europees bloed dat door hun aderen zou moeten stromen en dat ze een beetje een gevoel van geworteld zijn verschaft. Al gauw ontstaat er dan, eenmaal in aanraking met echte broeders van het continent, een gevoel van een samenzwering. Door de alcohol aangemoedigd kwam dan ook al gauw het hoge woord eruit: “You know, this  Adolf guy, is after all not such a bad guy. He made some mistakes but at the end of the day you have to admit he did some good things too”, ...lalde de kastelein. Ik zag Bill half onderuit gezakt goedkeurend knikken. Inderdaad, the end of the day leek mij aangebroken.Wegwezen hier voordat er ‘god weet wat’ voor praat op tafel kwam. En dus pruttelden wij in ons bootje, heel kalm, stomdronken in het halfduister terug naar College Point. ‘Yesterday’murmelde onze goedmoedige nazi.