De top van de internationale singer-songwriters

Heartlands

De reis ging naar Ponca City, in het noorden van Oklahoma.Daar begonnen de heartlands, dat grote onbekende Amerika dat zicht uitstrekt tot aan de Canadese grens. De club heette Webb's World of Fun, wat een eufemisme is voor wat een gribus en onderkomen bouwval zou blijken.
Maar de weg ernaartoe!
Het was laat oktober maar nog warm, Indian Summer heet dat, ooit nog het mooist bezongen door een Fransman notabene, Joe Dassin met 'l'Eté Indien'.
Dus door het donker, met de ramen wagenwijd open, reden wij Oklahoma binnen. Alras werd de omgeving leger, niet dat wij dat zagen maar je voelde de omgeving leger worden. Behalve onze koplampen en een enkele tegenligger waren er bijna geen lichten, een enkel puntje ergens ver weg. Ik voelde mij als in een ruimtecapsule zoemend over een andere planeet in een ander universum.
Een lauwwarme wind, eeuwenoud, vulde onze cabine.
Wat was dat toch voor vreemde euforie die over mij neerdaalde? Het duurde even voordat ik het gevoel kon plaatsen, maar ik reed hier natuurlijk opnieuw door De Peel, zoals ik dat vroeger deed, iedere dag naar school in Helmond, op de fiets, en later op de brommer met vrienden, terugkomend van feesten in Venray, Asten, en waar al niet, terug naar Gemert. Wij brabohippies creëerden zo ons eigen 'easy rider'-gevoel, wat nog versterkt werd door het feit dat een favoriete band was neergestreken in de Peel, in een boerderij in Neerkant, CCCinc. Dat waren nog eens echte hippies maar die kwamen dan ook uit Amsterdam, destijds ook een ander universum.Maar diezelfde sensatie van 'Naturempfindung', en van een nooit eindigende horizon gekoppeld aan een verwachtingsvolle toekomst overkwam mij daar, in Osage county, Oklahoma.
De volgende dag, toen het licht was, doorkruisten wij dorpen zoals Pawhuska, (Elsendorp zullen we maar zeggen), waar de cops werkelijk achter een struik klaar stonden om snelheidsovertreders te bekeuren. Hominy, (Zeilberg) met plastic silhouetten van indianen boven op een heuvel, en vervolgens eindeloos veel mijlen met niets. In de verte koeien, die in mijn levendige verbeelding natuurlijk al gauw bizons werden, of waren het werkelijk bizons?
Uiteindelijk reden wij het oliestadje Ponca City binnen (vooruit, Deurne…) waarvan het centrum besloten had te blijven steken in het jaar 1920. Als bestofte cowboys bezetten wij een antiek radiostation met een al even antieke dj, die voor het eerst oog in oog stond met Europeanen en wilde weten of wij daarginds ook met dollars betaalden en die wel eens een paspoort wilde zien, want dat had daar niemand. Nergens voor nodig.

Later in Webb's, een oord waar ik een boek aan kan, en misschien wel zal wijden, vulde de ruimte zich met heksen, seriemoordenaars, spoken en anderszins verklede malloten.Het was 31 oktober, Halloween!
Dit kende ik, carnaval in Hotel de Kroon in Gemert, anno 1963 en andere jaren.
Wij, de band, speelden als een club gangsters, desperado's, brutaal en overmoedig.
In de pauze stond ik in de deur naar buiten te kijken. De regen kwam met bakken uit de hemel en de mensen holden in en uit auto's, dronken en gillend, zoals alleen Amerikaanse meiden dat kunnen maar over mij kwam een warme rust. Was dit mijn 'thuiskomen'? Nee, dat is een veel te groot woord. Wel telde ik mijn zegeningen: ik speelde gitaar in een bandje en aan mijn fietsen door De Peel was nog geen eind gekomen.