De top van de internationale singer-songwriters

New York (folk met ballen)

Voor het eerst ging ik naar Amerika om deel te nemen aan The New York Seminar 1990, een soort beurs voor onafhankelijke artiesten en alles wat er omheen hangt. De taxichauffeur die mij vanaf het vliegveld JFK naar The Big Apple vervoerde kwam uit Bangla Desh. Met handen en voeten voerden wij een conversatie over gitaren. Hij bezat óok een Gibson gitaar, zei hij. Als ik geen muzikant was geweest, maar juwelier, had hij waarschijnlijk een 18 karaats diamant bezeten want alles draait hier om de fooi. Stel de klant op z'n gemak en zijn fooi zal goed zijn.

Zoals iedereen was ook ik onder de indruk toen wij Manhattan binnen rolden. Wat ik zo vaak op zoveel films had gezien gleed nu mijn eigen film binnen. Werkelijker dan de werkelijkheid, omdat je alles al kende.

Bij het hotel wilde ik met veel zwier als een echte rock & roll artiest uit de auto wippen, swingend betalen, met verende tred de lobby binnenlopen…maar het ging anders. Toen ik het portier van de taxi dichtgooide zat ik met mijn linker wijsvinger tussen de deur.
Au!
Kwam ik godverdomme helemaal naar New York voor éen optreden, zat ik met mijn vinger tussen de deur!! Het optreden zou diezelfde avond zijn, Hoe moest ik nou gitaar spelen?
Ik kon met het topje van mijn wijsvinger verticaal enige druk uitoefenen, zonder van de pijn te vergaan. Dus, zeg maar, een snaar enigszins indrukken, maar iedere andere beweging was onmogelijk. De barman in het hotel wist er wel raad mee. 'Have a few drinks, it will help you pretend you don't feel the pain. ' Ja, ja, als ik nou een punkartiest was dan…maar ik beschouwde mijzelf als een folkzanger.

Die avond moest ik spelen in The Spiral op Houston Street. Een kelder gevuld met van dat typische New-yorkse ex -punk en wave-publiek. De tent werd gerund door een getatoeëerde kaalkop die zonder omhaal zijn persoonlijke levensverhaal met me deelde. Op straat zou je een omweg voor hem maken maar oog in oog was het een aardige gelouterde vent met nogal wat littekens op zijn ziel. Mijn blauwe vinger maakte geen indruk.

Ik deed mijn set zo goed en zo kwaad als het ging. Ik speelde in die tijd met een ritmebox. Op folkpodia een bedenkelijke noviteit maar hier een gewoon 'eighties'attribuut. Cool!
Zonder na te denken, mijn blauwe vinger negerend 'rockte' ik energiek de nummers het zaaltje in waar zo'n twintig bezoekers het tafereel gade sloegen. Regelmatig zagen die de artiest vreemde bekken trekken, rare grimassen maken. Hoort bij de show, dachten ze: 'Great'. Maar ik verging van de pijn en joeg zo nu en dan noodgedwongen een rauwe kreet door de muziek.
Een van de aanwezigen bleek een journalist van een toonaangevend blad, die mijn show als 'hard-folk' in zijn artikel vereeuwigde en mijn 'ballsy performance' als een verademing en een belofte voor de toekomst had ondergaan.