De top van de internationale singer-songwriters

Carrièrestart

In deze tijd van  Wraak van Brabant, Grolschprijs, Idols, Grote prijs van Nederland, X –factor moet ik met een lach en een traan terugdenken aan mijn eigen eerste wapenfeit. Het dode bewijs ligt ergens in de vorm van een bescheiden prijsbekertje in een la onder de kerstballen:1e prijs talentenjacht te Beek en Donk 1973 in zaal Heinsbergen.

Het staat me vaag voor de geest, zo'n zaal, vast aan een café waar huwelijken, bingo en zaterdagavondentertainment gezamenlijk onderdak vonden. Ze bestaan nog wel hier en daar maar tegenwoordig wordt er gegild, gegeild en gezopen op de muziek van fraaie types als Frans Bauer en consorten. Een muziekcomputer slingert in MP3 formaat  'Heb je even voor mij' op orkaankracht door de ruimte. Er is niks fout met Frans maar wel met MP3. Het geluid is schril en agressief zonder het weldadige badje van lage tonen dat de muziek nodig heeft om te stuwen en te swingen.

Enfin, zaal Heinsbergen te Beek en Donk 1973.
Mijn bandje heette De Kermis; piano, slagwerk, dwarsfluit en contrabas. Er werd niet gezongen. We maakten een soort nep jazz, een aaneenschakeling van best wel leuke ideeën zonder duidelijk liedvorm maar ook zonder interessante improvisaties op swingende thema's . Dat konden we niet. Bij de drummer wist je nooit wat hij nou wel of niet raakte, de pianist, ik dus, kon door zijn haren nauwelijks de toetsen zien, de bassist kon alleen maar de losse snaren van de bas beroeren en de fluit, tja de fluit was een fluit…

Na ons speelde een alleraardigst trio. Country. Foute muziek. Een jonge wat boerse vent die mooi gitaar speelde en zong. Twee meisjes zongen meerstemmig mee. Z'n Engels was perfect.  Kwaliteit! 
Wij, De Kermis, voelden ons sowieso 'out of place' in deze omgeving en enigszins beschroomd nestelden wij ons tijdens de bekendmaking van de uitslag ergens achter in het zaaltje, achter de Sanseveria's, zullen we maar zeggen.

Het onverwachte geschiedde: we wonnen! Besmuikt liet ik me een bekertje in de hand drukken terwijl ik overstelpt werd met termen die de voorzitter van de jury zelf niet snapte: eigen stijl, authentiek, originele vondsten. Hij kreeg het maar met moeite uit zijn mond en met tegenzin. Hij was duidelijk meer een volkse jongen die die countrymeiskes mooi vond, en terecht.
Later die avond, eenmaal aan het bier, werd het een en ander duidelijk. Twee vrienden, dorpsgenoten uit Gemert, kwamen aangeschoven. 'Hé Ad, jongen, ge hed gewonnen nie?'
Ik: 'Wat doen jullie hier jongens?'. 'Wai zaten in de zjurie'. Bulderend gelach en gegiechel.
'Wai hebben dè nou us moi vur jou gerégeld. Ge kènt toch moeiluk zonne Beekendonkenaor laoten winnen, nie? Kom we vatten het nog inne.'
Dat was het begin van mijn bestaan als muzikant.